Weekend Namen: charmante stops buiten de radar

Geen hotspots, wel charmante scheefgetrokken straatjes en een Mariaverschijning

Laat iedereen maar richting Dinant hollen met hun selfie-sticks en hun boottochtjes… Wij kozen voor de rust, charme én een snuifje mysterie in twee onbekendere pareltjes van de provincie Namen. Met een rugzak vol snacks, een paar goeie stapschoenen en nul verwachtingen. Hoe dat afliep? Wel…
We struikelden over verrassend veel schoonheid, een paar vergeten dorpjes en minstens één mirakel. Spoiler: het was géén blaarvrij weekend.

Stop 1: Beauraing – Maria gespot (of net niet)

Onze ontdekkingsreis begon in Beauraing, een schattig dorpje zo’n 20km onder Dinant (dat we deze keer vriendelijk genegeerd hebben, sorry citadel).
We deden een fijne wandeling van ongeveer 5km langs het centrum tot aan het kasteel. Bonus: een mooi uitzicht op het dorp, én volgens sommigen zelfs op Maria herself.
Want jawel, Beauraing is een bedevaartsoord, waar in 1932-1933 meerdere jongeren beweerden dat Maria er verscheen.
Wij hebben goed gekeken. Heel goed zelfs. Maar buiten een paar nieuwsgierige kippen en een lokale kat niets bovennatuurlijks gezien.

Stop 2: Walcourt – bos, basiliek en picknick

Vanuit Beauraing reden we naar Walcourt: klein dorpje, groot basiliekgevoel.
De Sint-Maternusbasiliek is sowieso een bezoek waard (imposant ding, je kunt er niet naast kijken – letterlijk, het torent als een diva boven alles uit). We parkeerden aan het pleintje, trokken onze wandelschoenen aan en gingen 7km de natuur in.
De wandeling slingert zich langs bossen en hoogtes waar je Walcourt als een miniatuurstadje aan je voeten ziet liggen. Soms zo stil dat je je eigen voetstappen hoort, soms verstoord door een tractor die vond dat dit ook zijn moment was. Maar goed, contrast is ook natuur zeker?
Lunchen deden we als echte avonturiers: uit eigen rugzak. Geen gedoe met volle terrassen, menukaarten of wachttijden. Gewoon zitten, genieten, happen, klaar. Bonuspunten voor de stilte, de zon op ons gezicht en het uitzicht – dat zelfs je boterhammen een gastronomische flair gaf. Walcourt verraste – op de best mogelijke manier.

Overnachten in Florennes – een verborgen parel

En dan… Florennes. Geen wereldstad, wél een wereld van verschil. Le manoir de la Valette bleek dé jackpot: een gezellige B&B met maar drie kamers, een moestuin waarvan je spontaan begint te koken én uitbaters die je met liefde (en confituur) overspoelen.
Rustig gelegen, met een grote tuin waar zelfs je stress zich neerlegt. ’s Avonds nog een drankje? Gewoon zelf eentje uit de koelkast halen – alsof je bij goeie vrienden logeert die je niet hoeft te entertainen. En wie toch nog even de benen wil strekken: aan de voet van de kerk ligt een klein café waar je je even inwoner waant (of op z’n minst een verdwaalde local met dorst).

Ook het ontbijt is een reden op zich om hier te overnachten: huisgemaakte pannenkoeken, confituur, eitjes van eigen kweek – alles vers, alles liefdevol, alles wat je wil op een bord voor je eerste koffie.
Ze hebben trouwens ook een eigen restaurantje, waar – uiteraard – alles van eigen kweek komt. Van groenten tot kruiden (en kippen die waarschijnlijk die ochtend nog een yoga-sessie in de tuin volgden). Reserveren is wél aan te raden: er zijn maar een paar tafeltjes, en blijkbaar is goed eten geen geheim in de buurt.

Florennes zelf mag dan klein zijn, maar deze plek is de ideale uitvalsbasis om de provincie Namen te ontdekken. En om daarna weer heerlijk te landen, mét zicht op kippen en stilte.

Restaurant-teleurstelling deluxe: L’atelier des Marronniers

Onze eerste keuze om ’s avonds gewoon lekker in de B&B te eten viel letterlijk in het water – gesloten.
Google stuurde ons naar L’atelier des Marronniers in Romedenne. Chique naam, goeie reviews, mooie foto’s… het leek veelbelovend. Spoiler: het was alles behalve.

Wat volgde was een avond vol taai vlees, smakeloze bordjes en een sfeer die zelfs onze camera deed besluiten: laat maar. Het vlees was zo taai dat we ons afvroegen of het per ongeluk als decorstuk bedoeld was. Mijn man, geen chef, wél fervent hobbykok, had dit beter én met meer liefde klaargespeeld.
En dan denk je: oké, het hoofdgerecht was een flop, naar het dessert dan? Een ijsje – dat kan toch niet fout gaan? Guess again. Zelfs dat smaakte naar teleurstelling in bevroren vorm. Het soort ijsje waarbij je na twee lepels beseft dat je thuis gewoon een betere in de diepvries had liggen.
We verlieten het restaurant dus niet voldaan, maar troosten ons met de gedachte dat zelfs een slechte maaltijd stof geeft voor een goed verhaal. En een extra pannenkoek bij het ontbijt.

Afsluiten in Namen – kabelbaan boven kuiten

Na een hemelse nacht en goddelijk ontbijt, trokken we nog naar de stad Namen.
Een bezoekje aan de citadel stond op de planning – maar eerlijk: de trap zag er net iets te “sportief” uit na onze wandelingen. Dus namen we de kabellift, want ja, soms is het oké om de luie toerist uit te hangen – zeker als je beloond wordt met een panorama waar je zelfs stil van wordt.
Onderaan de citadel wachtte een centrum vol winkeltjes, koffie en keuze. Deze keer speelden we op safe voor de lunch met een stop bij Le Pain Quotidien. Altijd goed, altijd vlot, en vooral: geen risico op pezig rundsvlees.
Nog wat shoppen, slenteren en genieten… en dan moe maar voldoen richting huis.

Samengevat

Minder bekende plekjes wil ook zeggen minder volk en meer rust.
Kies je logies met liefde en surf wat langer op je internetboard om dat ene plekje te vinden.
Neem gerust een picknick mee op je wandeltochtjes en maak zelfs van tegenvallers je beste verhalen.

Namen, jij krijgt van ons een sticker!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven